Praktijkervaring Pradaxa


Hoe vaak komt het voor dat de praktijkstudie overeenkomt met de klinische resultaten?

Video over onderzoek Martini Ziekenhuis toont aan: antistollingsmedicijn boezemfibrilleren dabigatran veiliger dan acenocoumarol. Dr. Robert Tieleman en Jennie Korenstra geven uitleg over de studieopzet en resultaten.

De RE-LY resultaten worden bevestigd met de REAL-LIFE data
Re-ly resultaten
Wat betekent dit voor u?
Artsen


Een fundamentele stap om een nieuw geneesmiddel geregistreerd te krijgen is om bewijs te verzamelen in gecontroleerde klinische studies.
Vervolgens worden de uitkomsten gedeeld en wordt het product (indien het meerwaarde heeft) vergoed en kan de arts het nieuwe medicijn voorschrijven.
Echter, zijn er is een voortdurende vraag naar meer bewijs van praktijkresulaten.

Bekijk hier de video van dr. Christian Constance over de interpretatie van real life data resultaten.

De REAL-LIFE resultaten
GROOTSCHALIGE PRAKTIJKSTUDIE MET 134.000 PATIËNTEN BEVESTIGT POSITIEVE RESULTATEN MET PRADAXA

De positieve resultaten met dabigatran (Pradaxa®) bij patiënten met atriumfibrilleren in de RE-LY studie worden ook bevestigd in grootschalige studies in een real-life setting.

Er zijn resultaten gepubliceerd door de FDA van een observationele studie met 134.000 patienten uit de Medicare database in de VS. 1 Het betreft patiënten ouder dan 65 jaar die voor het eerst antistollingsmiddelen gebruikten voor atriumfibrilleren. De resultaten lieten eenzelfde patroon zien als in de RE-LY studie.2,3,4

134,000 patiënten

Een grote FDA-studie heeft de effectiviteit en de veiligheid van Pradaxa in de dagelijkse praktijk bevestigd.1

65 jaar of ouder

Het betreft patiënten ouder dan 65 jaar die voor het eerst antistollingsmiddelen gebruikten voor atriumfibrilleren.1

FDA studie1 toont vergelijkbare resultaten als de RE-LY® studie2,3,4
Pradaxa® laat de volgende resultaten zien in de dagelijkse praktijk:

Ten opzichte van warfarine was er in deze Medicare praktijkstudie1:
- 20% lager risico op ischemische CVA’s
- 66% lager risico op intracraniële bloedingen
- vergelijkbaar risico op myocardinfarcten
- 28% verhoogd risico op gastro-intestinale bloedingen.

Referenties:

1. Graham DJ et al. Circulation 2015;131:157-164.
2. Connolly SJ et al. N Engl J Med 2009;361(12):1139–1151.
3. Connolly SJ et al. N Engl J Med 2010;363(19):1875–1876 (appendix).
4. Connolly SJ et al. N Engl J Med 2014; 371:1464–5